HOE PAK JE DOOR OP DE NIEUWE ECONOMIE?

Tijdens de lezing presenteerde Marga Hoek de inhoud van haar publicatie Zaken doen in de Nieuwe Economie. Het boek is het eindproduct van een onderzoek dat als een crowd-sourcingsproject is uitgerold. Vernieuwend!

Hoek pleit voor een totaal nieuw paradigma. Duurzaam ondernemen lijkt inmiddels iets meer gemeengoed te worden. Maar aan de slag gaan met ‘de nieuwe economie’ is van een geheel andere orde, zo hield zij het publiek voor. Bij de nieuwe economie moet je denken op basis van een geheel andere grondslag. Een waarin je uitgaat van het blijvend belang van groei, maar niet als pure economische invulling, maar juist ook vanuit een ecologische en sociale verbetering. Het gaat om “de introductie en de verwezenlijking van een totaal nieuwe manier van denken en ondernemen, en niet om het aanpassen of maatschappelijk verantwoord maken van het bestaande”.

EEN DRIEVOUDIG DUURZAME ECONOMIE

Deze invalshoek is interessant, ook voor ICCO als ontwikkelingsorganisatie (overigens niet de eerste doelgroep van het boek, want dat zijn ondernemers). In de nieuwe economie, creëer je waarde niet alleen vanuit je financiële assets, maar ook vanuit je sociale en ecologische assets, en zelfs die van intellectueel eigendom. Als de optelsom van alle kosten en opbrengsten van de ecologische, financiële en sociale activa van de economie groter is dan nu, is er sprake van groei in de nieuwe economie. Dat klinkt als muziek in de oren voor een organisatie die samen met anderen sociaal, duurzaam en succesvol wil ondernemen. En daarin is nog ontzettend veel met en van anderen te leren (koplopers uit het bedrijfsleven, academici, maar ook sommige inheemse groepen die vanuit hun eigen levensovertuiging van nature meer dan wij kijken naar de heelheid van de aarde).

In de lezing van Hoek zijn er een paar elementen die mij triggeren. Allereerst de focus in de nieuwe economie op opbrengsten en waardecreatie in plaats van alleen op kostensturing. Kostenposten (bijv. hogere ziektekosten bij toenemende vergrijzing) transformeren in waarde (kennis en ervaring van ouderen). Hiermee verbreed je de mogelijkheden om waarde te creëren en problemen op te lossen.

Een ander belangrijk element is dat het veel interessanter is niet alleen kennis te hebben, maar kennis te kunnen en willen delen en te durven aangeven welke kennis je nog ontbeert. Zoals Daan Roosegaarde zei: “ delen is het nieuwe vermenigvuldigen”.  Dankzij de toegenomen connectiviteit wereldwijd is een intensievere samenwerking op een gelijkwaardiger manier mogelijk, en kan kennis snel uitgewisseld en opgebouwd worden. Dat de praktijk weerbarstig is (zie de enorme ongelijkheid wereldwijd) en fundamentele veranderingen vereist, zie ik in mijn werk. Maar kansen liggen er zeker ook.

Verder is transparantie belangrijker dan ooit, voor consumenten, overheden en aandeelhouders. De toenemende communicatiemogelijkheden wereldwijd vragen om open communicatie en verantwoording. Mij niet onbekend in de ontwikkelingssector, waar verdere stappen worden gezet om informatie over besteding van OS-budgetten transparanter te communiceren (IATI) en waar mijns inziens aandacht voor betere communicatie en verantwoording aan de doelgroepen ook meer aandacht behoeft.

INSPIRATIE UIT DE PRAKTIJK

Het valt mij op hoe in de nieuwe economie co-creatie nog centraler komt te staan, waarbij in de waardeketen ook de denkkracht van de consument wordt benut. Consumenten vragen zelf meer invloed en willen de innovatie van een ondernemer zelf mede aansturen. Gebruikers willen steeds minder vaak in bezit hebben, maar willen vooral producten kunnen gebruiken, wat wordt gefaciliteerd door de digitale/ mobiele revolutie (denk aan Spotify, Car2Go, Peerby). Dit vraagt opnieuw een geheel nieuw business concept. Last, but certainly not least, vraagt het inslaan van nieuwe wegen, het durven nemen van risico’s om te komen tot de drievoudig duurzame economie, om transformationele leiders. Leiders die verbindend zijn, nieuwsgierig, een lange termijn, mondiale visie hebben, die naar binnenen naar buiten gericht zijn, globaal en lokaal aanwezig, werken op basis van vertrouwen en in sterke mate faciliterend zijn.

Het mooie is dat de nieuwe economie door koplopers al in praktijk is vormgegeven. Dat inspireert en maakt het mogelijk om de bestaande concepten weer een stap verder te ontwikkelen. Na het lezen van het gepresenteerde boek schieten verschillende voorbeelden door mijn hoofd uit de ICCO praktijk, waarin de genoemde elementen van de nieuwe economie in beeld komen. Ik deel ze hier graag.

DE ECHTE PRIJS, DE ECHTE WAARDE

ICCO ondersteunt het initiatief True Price, dat als eerste ter wereld een methode heeft ontwikkeld die zowel ecologische als ook sociale kosten van een bedrijf in kaart kan brengen. Dit gaat dus nog verder dan het vaak aangehaalde voorbeeld van Puma dat in 2011 als eerste bedrijf ter wereld de milieukosten die zij als bedrijf maakt, in kaart bracht. Een True Profit and Loss (TP&L) combineert de Ecologische P&L en Sociale SP&L. True Price (www.trueprice.org) wil laten zien wat het effect is van onze producten op de mensen die ze produceren en op het milieu. Het wil consumenten, producenten en investeerders meer inzicht geven op basis van informatie over bijvoorbeeld biodiversiteit, landgebruik, waterverbruik, uitstoot van broeikasgassen, maar ook onderbetaling, gezondheidsrisico’s en kinderarbeid. Het beoogt bij te dragen aan transparantie rondom echte prijzen, winsten en rendementen op basis waarvan betere beslissingen door ondernemers en aandeelhouders kunnen worden genomen. ICCO wil samen met True Price de echte kosten in één van de waardeketens waar ICCO actief bij betrokken is, gaan doorberekenen. Naar aanleiding van de lezing, zou ik dan direct graag verder kijken naar de waarde-dimensie in deze keten, bijvoorbeeld in termen van sociale en ecologische rechten die de ook armsten in de wereld zouden moeten hebben. Food for thought.

 HET DIGITALE DELEN

Mogelijkheden van ICT zijn wereldwijd in ongekend tempo toegenomen. De toegenomen mobiliteit van kennis, informatie en betalingsverkeer hebben nieuwe innovaties en verbindingen gefaciliteerd. Deze innovaties, die Marga aanstipt, zie ik terug in bijvoorbeeld onze programma’s rondom ICT en eerlijke duurzame ontwikkeling voor boeren en hun coöperaties. ICCO ondersteunt kleine producenten zichzelf goed te organiseren en hen toegang te geven tot nationale en internationale duurzame waardeketens. Gebruikmakend van de snelle technologische ontwikkelingen, steunt ICCO kleine producenten in het verkrijgen van toegang tot marktinformatie middels het gebruik van slimme ICT-infrastructuur en oplossingen, denk aan de mobiele telefoon. Boeren in georganiseerde groepen kunnen nu de prijs voor hun waren beïnvloeden, soms zelfs vaststellen en zijn minder kwetsbaar voor uitbuiting door tussenhandelaren. Boerengroepen in Kenia bijvoorbeeld kennen nu de marktprijs voor hun producten, vraag en aanbod, weten waar ze zaden en gereedschap kunnen kopen en ze kunnen ook de weerberichten bijhouden.

In een ICT-centrum leren ze hoe ze hun producten direct via het internet kunnen verkopen. Nog weer een stap verder zou bijvoorbeeld het delen van kapitaal-en consumptiegoederen onderling zijn, gebruikmakend van een te ontwikkelen app op de mobiel, of als netwerk van boerencoöperaties in een regio aan crowd sourced innovation te werken.  Uitwisseling van informatieVerrassend om te ontdekken dat er tijdens de presentatie van Hoek een voorbeeld wordt genoemd waarvan ICCO mede aan de wieg heeft gestaan: Scope Insight van Lucas Simons (www.scopeinsight.com). Dit bedrijf ontwikkelde een ratingsysteem en bijbehorende online tool om het gat tussen kleine, lokale en vaak geïsoleerde boeren en de grotere bank te dichten. De tool vergroot de transparantie over de levensvatbaarheid van een boerenbedrijf. Het helpt hiermee Afrikaanse en Zuid-Amerikaanse boeren om met hun bedrijven toegang tot de bank te vergroten en zelf beter inzicht te krijgen in hun eigen bedrijfsvoering. Deze tool is inmiddels door een groot aantal partners uit het ICCO netwerk gebruikt.

COCREATIE VOOR KLIMAATNEUTRALE FAIR TRADE KOFFIE

Het onlangs gelanceerde fairtrade carbon partnership, een samenwerking tussen Stichting Max Havelaar, ICCO, Koffiebranderij Peeze en de Ethiopische Fairtrade koffie-organisatie OCFCU, vraagt actie op zowel het noordelijk als zuidelijk halfrond om gezamenlijk te werken aan klimaatneutrale koffie. Naar verwachting is deze koffie volgend jaar te koop in de supermarkt. Dit partnership is het resultaat van een co-creatieproces, waar alle partijen (van boer tot consument) samenwerken aan oplossingen. Alle schakels in deze koffieketen zetten zich in voor het reduceren van de eigen CO2-uitstoot. In een eerste fase worden in Ethiopië kooktoestellen verspreid die veel minder hout gebruiken. Vervolgens worden nieuwe bomen aangeplant en krijgen koffieboeren training om efficiënter gebruik te maken van bestaande landbouwgrond. Waarde wordt gecreëerd door bescherming van het onaangetaste koffiebosgebied met daarbinnen de gene pool van de arabica koffie. Deze activiteiten hebben een positief effect op de hoeveelheid CO2 in de lucht, wat de koffieboeren emissierechten oplevert. Het waarde creëren op basis van de vastlegging van CO2 en biodiversiteit (de gene pool) voorkomt dat boeren om inkomen te genereren bos kappen om er maïs te verbouwen (nog steeds de dominante tendens).

De koffiebrander compenseert vervolgens het restant van de uitstoot in de hele keten met emissierechten die afkomstig zijn van kleine koffieboeren in Ethiopië. Dit levert de boeren extra inkomsten op die nodig zijn om de effecten van klimaatverandering op te vangen. Tot slot, stimuleert de klimaatneutrale koffie waardeketen bewustwording in het Noorden over de ecologische waarden in Ethiopië die verdwijnen als ‘wij’ daarvoor niet gaan betalen.

VERTREKPUNTEN ECONOMIE HERZIEN

Bij mij overheerst, na het horen van de lezing van Marga Hoek, een geïnspireerd gevoel om op een geheel vernieuwende wijze naar de economie te blijven kijken, onze eigen praktijk met een andere bril op te bestuderen en de juiste richting samen met anderen, ook binnen onze eigen organisatie, uit te stippelen. Ik ben ervan overtuigd dat we vertrekpunten, ook als ontwikkelingsorganisatie, die we nu voor vanzelfsprekend aannemen, opnieuw tegen het licht moeten houden. En dat kleine innovaties, waar wij samen met anderen een steentje aan bij kunnen dragen, kunnen fungeren als aanjagers van een grootser systeemdenken dat driedubbel duurzaam zal zijn.